Vosters 1605-2005

Er is geen video geplaaatst

400 jaar Vosters

Inhoud

Inleiding
Hoofdstuk 1. De Reuselse wortels vanaf 1605                     
Hoofdstuk 2. Een nieuw begin in Woensel vanaf 1871
Hoofdstuk 3. De tantes
Hoofdstuk 4. Dommelzicht, Jan Vosters
               4.1 Aalsterweg, Eduard Vosters
Hoofdstuk 5. Fellenoord Louis Vosters
               5.1 Pessers, Huub Pessers- Vosters
               5.2 Keyzer, Ad Keyzer- Vosters
               5.3 Mercurius, Eduard Vosters
               5.4 Kenderessy, Zus Kenderessy- Vosters
               5.5 Zwitserse tak, Henk Vosters
Overledenen                                                            Documentatie                                                           

Inleiding

Naar aanleiding van een voorgenomen reünie eind augustus 2005 is nog eens in de familiehistorie gedoken. Dat is al eerder gebeurd zoals bij het 50 jarig huwelijksjubileum van Eduard en Tiny Vosters- Minke en voor het optekenen van de levensloop van Huub Pessers- Vosters in 2001.

De familie komt uit Reusel waar nog veel mensen met de naam Vosters wonen. Er is verder een grote tak in Riel ontstaan. De Woenselse tak is relatief klein met 120 levende familieleden. Deze tak is vanuit Reusel in Woensel terecht gekomen, omdat de kleinzoon van Simon en zijn vrouw Adriaantje jong overleden zijn en de ene zoon naar het seminarie en de andere bij de familie van de moeder in Woensel werden ondergebracht. De oudste zoon Eduard beschouwen we als de stamvader.

Mensen leggen soms een verband met de dijkgraaf uit Boxtel en de Rielse reuzen. Deze Vostersen zijn aftakkingen van vroege voorouders uit Reusel.

De geschiedenis van de familie is globaal beschreven. Onderliggende documenten en foto’s zijn op een cd-rom beschikbaar. Er is naar een zeker evenwicht gestreefd in de beschrijving van de takken;

  • Reusel
  • Woensel
  • Dommelzicht (woonhuis van Jan)
  • Fellenoord (weg waar woonhuis van Louis stond)
  • Pessers (achternaam van de echtgenoot van Huub)
  • Keyzer (naam van de echtgenoot van Ad)
  • Mercurius (i.d. Mercursiusstraat heeft kleine Eduard lang gewoond)
  • Kenderessy (naam van de echtgenoot van Zus)
  • Zwitserse tak (Henk verhuisde naar Zwitserland)
  • Ladan (naam van de echtgenoot van Loes)

De dochters van Eduard en Adriana komen aan de orde in het hoofdstukje over de tantes.

Per tak is een stamboom opgesteld (zie fotoalbum). Indien de achternaam boven de voornaam in het kadertje ontbreekt, is dat Vosters. Het jaartal onder de voornaam is de geboortedatum of als deze niet bekend is de doopdatum. De geboortedatum van de levenden zijn terug te vinden in een adreslijst Op verzoek beschikbaar) en die van de overledenen in een overzicht van overledenen. Daar staan ook de sterftedata vermeld.

Hoofdstuk 1

De Reuselse wortels vanaf 1605
Adrianus Simons Vorsters, geboren rond 1610, is Schepen (soort wethouder) en Heilige Grootmeester in Reusel. Hem noemen we de eerste generatie. Ook zijn zoon Simon is Schepen en later is het 7e kind van hem (Henricus Symonis Vorsters, gehuwd op 14-4-1705) dat eveneens. Deze Hendricus krijgt samen met zijn eerste vrouw Anna Kerkhofs drie kinderen waarvan de oudste Simon Hendrik (gehuwd op 31-10-1732) trouwt met Elisabeth van Herk. Hun 6e kind is Simon Vorsters (doop op 25-2-1743, getuigen Henricus Moelants, een oom, Matheus Moelants en Cornelia Vosters). Vanaf deze Simon, geboren op 21-2-1743 geven we informatie omdat vandaar de nakomelingen overzichtelijk en beperkt in aantal zijn.

Vosters als grondbezitters
Op 28-3-1781 passeert een acte van transport van een stuk grond‘De Braeck` door deze Simon Vorsters aan Simon Paridans.

Zijn zoon, ook Simon Vosters, geboren in 1783, die hij van zijn 2e vrouw Adriaantje Bolle kreeg,moet gaan dienen als milicien in de Nationale Militie (militaire dienstplicht). Hij vindt Adriaan Strijbosch uit Helmond bereid om als plaatsvervanger in 1837-1838 te dienen (Streekarchief Eindhoven). Simon wordt op 19-2-1818 burgemeester van Reusel. Hij overlijdt op 8-8-1854.

De gijzeling in 1831
Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 trekken bendes vanuit Arendonk Nederland binnen en molesteren de bevolking. De vrouw (Gijsberdiana Soethout) van Simon Vosters, burgemeester van Reusel, weet door het aanbieden van een borrel aan deze Belgische “schavuiten” een aanval af te slaan maar in 1831 wordt Simon door de een andere groep gegijzeld en eerst in Arendonk en later in Antwerpen vastgehouden. Het bevoegd gezag laat hem daarna weer vrij (De Schééper juni 1995).

De koning stemt in
Adriaan, de zoon van Simon, trouwt met Janna de Vocht en later met haar zus Maria de Vocht. Voor dit tweede huwelijk is toestemming nodig van de koning (Willem III) en een verklaring van geen bezwaar van de Magistraat in Brussel. Ook Adriaan Lodewijk is burgemeester in Reusel vanaf 1852 tot zijn dood in 1864. Adriaan en zijn vrouw overlijden beiden als hun kinderen, Eduard en Jannes, nog jong zijn.

Kort in China
Johannes gaat als pater Franciscus Xaverius naar China (He-tan-kow, San-Xin en NM Houpé) waar hij in 1894, 28 jaar oud, overlijdt in Yun-Si Shien aan diarree. Hij schrijft een aantal nieuwsbrieven in de Bode van St. Franciscus (Minderbroeders, St Truiden).        

Brieven uit China van Fr. Xaverius Vo(r)sters 1857-1894 
Samengevat uit; De Bode van de Heilige Franciscus

1887
Biografie van collega apostolische zendeling die hij opvolgde in San-Xin (San-King).

1888 (San- King)
Rijke geletterde heiden in San-Sien bekeert zich. Mandarijn beschuldigt hem van vrijmetselarij, weggezonden en weer toegelaten met eerherstel.

1889
Feest van Potiuncula. Provinciaal nodigt uit om een “brief uit China’ te schrijven. Verhaal van inlandse missionaris die in Uin- yang-fou (district Siang-yang-fou, Hou-pé) met vervolging te maken krijgt na een succesvolle bekering. Geloofsbrieven niet nodig wegens keizerlijke toestemming voor missionering. Eerherstel na ingreep van Franse consul in Han Kon. Beschrijving van Nieuwjaar op 31-1-1889 met eerbetoon aan gezag, geschenken en bijgelovige gebruiken.

1891 (San- King)
Brand in de kerken en aanslagen op leven van Europeanen in Kiang-nan en de Hou-pé. Beschrijving van rituelen voor regen. Als de duivel in een bezetene trekt wordt deze mishandeld wat maanden kan duren. Beschrijving van een aanval op de kerk door deze bezetene. Absurde beschuldigingen aan het adres van de kerk. Na vervolging verscheen een edict van de onderkoning waarin godsdienstvrijheid werd geboden.

1892 (San- King)
Het tehuis van de H Kindsheid wordt vals beschuldigd. Plaatselijke overheid gaat concurreren met opname van kinderen (meisjes) die met moord worden bedreigd.
Genezingssucces door vrouwen van de Derde Orde.

 

Hoofdstuk 2

Een nieuw begin in Woensel vanaf 1871

Eduard vertrekt als 15 jarige jongen in augustus 1871 naar Eindhoven. Hij wordt opgevangen in Eindhoven door de familie Vlijminx- de Vocht die winkels in kruidenierswaren in Woensel (Broek), Gestel en Stratum heeft. De andere zoon, Johannes, gaat naar het seminarie.
Eduard vertrekt op 23-9-1875 naar Brussel, 20 jaar oud, en wordt leerling leerlooier (iemand die huid tot leer bereidt).
Twee jaar later, op 16-10-1877, keert hij terug. Weer twee jaar later trouwt hij met de 6 jaar oudere Adriana Deelen.

Eduard en Adriana
Eduard en Adriana krijgen twee zonen: Jan en Louis en 4 dochters; Lies, Janet, Mien en Toos.
In mei 1892 wordt door Eduard een huis aanbesteed aan de Broekseweg. Jan, de oudste zoon, is inmiddels 12 jaar en moet dus elders geboren zijn.

In augustus van hetzelfde jaar wordt waarschijnlijk het huis voor Louis op de hoek Broekseweg- Fellenoord aanbesteed. Het is een groot herenhuis (villa), met oprit en lange tuin. Eduard en Adriana hebben veel personeel. Nieuwe dienstbodes wordt een huurpenning aangeboden. Als ze die aannemen, dan zijn ze verplicht te komen.

De leerlooiers in Woensel
Eduard begint in 1877 een stoomleerlooierij in Woensel. In 1913 brandt de leerlooierij af (Meierijsche Courant van 20-2-1913). In juni van dat jaar wordt een vennootschap opgericht (notaris Westelaken). De fabriek wordt weer opgebouwd. Enkele maanden later wordt de opbouw met annex gebouwen aanbesteed (Meierijsche Courant april en juni 1913). In april 1916 wordt de leerlooierij uitgebreid.

Adriana
Adriana laat zich er op voorstaan dat haar oom Willem van Gijsbrecht van Amstel afstamt. Ze laat het overlijden van haar oom aan iedereen weten door een advertentie in het Eindhovensch Dagblad van 12-3-1918.

 

 

Van de klok
Eduard vond dat de baas op hetzelfde uur moest beginnen als hij van zijn personeel verlangde. Een andere versie luidt; Eduard is een man van de klok: omdat het pad naar de leerlooierij langs het woonhuis loopt, kan hij ’s ochtends met het horloge in de hand de aankomst van de werkers controleren.

In 1913 brandt deleerlooijerij af (Meijerijse Courant van 20-2-1913). De fabriek wordt weer opgebouwd. De beide zonen Jan en Louis zijn inmiddels werkzaam in het bedrijf. De zakelijke benadering van Jan is succesvoller dan die van Louis. Dat leidt tot spanningen tussen de twee broers waardoor uiteindelijk Jan zijn eigen weg gaat zoeken. Hij overweegt zelfs naar China te emigreren, wat hij uiteindelijk niet doet vanwege zijn moeder. Intussen maakt de leerlooierij minder winst. In het Eindhovensch Dagblad van 26-2-1918 wordt het ontslag van het personeel aangekondigd, een bericht dat overigens twee dagen daarop als onwaar wordt teruggetrokken. Uiteindelijk is de leerlooierij toch gesloten en later verkocht aan een toeleveringsbedrijf van Philips.
Louis probeert het nog eens met handel in fournituren en schoenen, maar zaken doen ligt hem minder.

De Bekeuring
In juli 1910 wordt Eduard Vosters bekeurd wegens vissen op de Dommel zonder visvergunning (Meierijsche Courant 9-7-1919). Dat is het begin van een lange strijd om het visrecht van de familie. Erven van Eduard ontvangen nog jarenlang uitkering van het afkopen van het visrecht.

Vosters’ Gat
Achter het huis aan de Broekseweg is een weiland dat ‘s winters onderliep (Vosters’ gat). Daar werd op geschaatst. Als één van zijn kleinkinderen ziek is komt Eduard niet aan het ziekbed, maar brengt hij sinaasappels. Als zijn kleindochter Adje bij hem in het koetshuis touwtje aan het springen is valt ze in een waterkuip. De koetsier helpt haar er uit en brengt haar naar binnen waar de tantes zich over haar ontfermen. Er is dan al een badkamer. Het huis heeft 3 toiletten, waarvan één buiten.

Eduard is actief in het openbare leven en de Woenselse gemeenteraad. Eduard is een vrolijke man, wandelend op de weg naar de looierij met een andere kleindochter Mitzi aan de hand maakt hij geluidjes met zijn wangen.
Eduard en Adriana spraken weinig met elkaar.

 

Adriana is een heel ander type dan haar man. Ze woont een periode in Thielt in België.

Zittend door het leven
Vanaf haar vijftigste gaat ze letterlijk zitten, op een stoel, met een kerkboek in de hand. Als ze naar de kerk gaat wordt het rijtuig met coupé voorgereden. Soms gaat ze nog naar buiten, dan kleedt ze zich goed aan en scharrelt met haar stok wat appeltjes bij elkaar.

Sinterklaas was een groot feest bij Eduard en Adriana. Gezeten aan weerszijde van de open haard gooiden zij sinaasappeltjes de kamer in (strooien uit de haard) tijdens het uithalen van de klomp. Adriana gaf grote cadeaus aan haar kleinkinderen. Maar de 2 kinderen van Jan kregen altijd meer dan de 5 van Louis. Dat werd door de kleinkinderen van Louis als onrechtvaardig ervaren. Later bleek dat Adriana het niet belangrijk vond hoeveel kinderen ieder had, maar ze vond gewoon dat iedere zoon in totaal hetzelfde bedrag moest krijgen.

Ad heeft haar oma Adriana als zelfzuchtig ervaren. Bijvoorbeeld van de eieren onder een gehaakt rokje nam ze zelf steeds de grootste. Ze leerde van haar een “vies” versje over een koning die Sofietje een zoen gaf. Adriana ergerde zich aan de deelname van haar kleindochter aan de 1 mei viering in Woensel. Opvallend was dat op de Broekseweg nr 110 geen bloemen in de tuin stonden maar op nr 12 heel veel.

Op de Broekseweg is het traditie dat op de zondagen alle kinderen en kleinkinderen worden ontvangen. Jan heeft het voor het zeggen, heeft als oudste een streepje voor bij Adriana. Naast de villa aan de Broekseweg staan in een grote schuur de rijtuigen. Een van die rijtuigen heeft een extra zitje voor Liesje zodat die zondags mee naar de kerk kan.

De Feestjes
De verjaardagen op de Broekseweg werden met diners gevierd. De kinderen van Jan (Eduard en Mitzi) en Louis (Huub, Zus, Henk, Ad en Eduard, Loes was toen nog niet geboren) moeten tijdens deze bezoeken altijd naar de achterkamer, de keuken of de tuin. De gesprekken van de volwassenen gaan over grond en over de leerlooierij.

 

Hoofdstuk 3.

De Tantes

De vier dochters van Eduard Vosters sr blijven allen kinderloos. Tantes naaiden veel in het gezin van Louis, naaisters deden het voorwerk. De oudste, Lies, blijft ongehuwd en woonde steeds met andere zusters samen. Janet trouwt met Henri van Wezel. Beiden stonden bekend als prettige open mensen. Mien trouwt met Harrie van Kol en Toos met Harrie Verpalen. 

Lies
Lies was verstandig, wijs en lief. Zij leed al vroeg aan de ziekte van Parkinson.

Woning voor Lies en Mien
Jan zorgde goed voor zijn zusters. Hij liet een woning voor hen bouwen aan de Elzentlaan in Eindhoven. Ongetrouwde Lies en gescheiden Mien zijn later bij Janet in Breda gaan wonen. Eerst aan de Baronielaan (daarvoor moest je door het park de Valkenberg), daarna bij Janet in huis.

Janet
Hoewel de vier zusters nogal gericht zijn op de eigen familie hebben Janet en Henri ook vrienden daarbuiten en gaan ze zelfs naar het buitenland. Ze heeft een hoedenwinkel in Maastricht gehad. Janet probeert haar geluk nog wel eens in het Casino in Monte Carlo. Henri is leerlooier geweest in Rijen zoals zijn schoonvader, jaagt enthousiast en is gevoelig voor vrouwelijk schoon. Janet heeft een periode van neerslachtigheid gekend waarvoor ze met elektroshock behandeld is.
Ze kan moeilijk alleen zijn en na het overlijden van Henri komen haar twee zusters Lies en Mien bij haar in Breda inwonen in een huis aan de Willemstraat.
Daarvoor woonden Lies en Mien in Eindhoven in het huis wat hun broer Jan voor hen aan de Elzentlaan gekocht had en aan de Baronielaan in Breda.
Janet spreekt goed Frans net als haar broer Louis en zijn vrouw Mia. Janet is met Henri van Wezel niet gelukkig geweest. De dochter van Huub en de oudste zoon van grote Eduard gaan in de vakanties bij de tantes aan de Willemstraat logeren. Vooral Janet is als een leuke tante ervaren. Ze rookte sigaren. Ze stierf dement in een klooster in Etten Leur.

Diners in Breda
In de tijd dat de drie zusters in Breda wonen is ene Fér Stüvel, een oud militair, man van een nichtje, een van de weinige contacten van buiten de familie. De familie heeft hem vooral leren kennen tijdens de chique dineetjes ter gelegenheid van de verjaardagen in Breda.

Mien
heeft een tijd sociaal werk gedaan door woonwagenbewoners te bezoeken. Mien sloot jongens op die perziken gejat hadden.
Ze trouwt met Harrie van Kol, een wijnhandelaar die als een leuke oom bekend stond, een deftige man met wandelstok en bolhoed. Er gaan verhalen dat hij de wijn wel eens dubbel verkocht. Ze wonen aan de Tramstraat in Eindhoven. Het huwelijk verloopt moeizaam en als er financiële problemen in het bedrijf ontstaan, vertrekt hij met de noorderzon naar Antwerpen waar hij koster van de Mariakerk wordt. Ze zijn lang alleen van tafel en bed gescheiden geweest.
Na het overlijden van Janet en toen Mien en Lies hulpbehoevend werden (Mien is al vroeg hardhorend en Lies lijdt aan de ziekte van Parkinson) gaan ze naar de Kempenhof in Valkenswaard, het bejaardenoord. In de buurt van Eduard jr die de zaken voor hen waarneemt.
Ad herinnert zich tante Mien als een Woenselse schoonheid, ijverig en opofferingsgezind. Ze heeft haar zwagers verpleegd; “ze was een heilige”.

Toos
Toos werd dan wel als lastig ervaren maar ze was vooral ook zeer betrokken. Zíj was het die contact zocht als er ongebruikelijke dingen gebeurde (bv een voorechtelijke zwangerschap van een nichtje).
Toos trouwt met Harry Verpalen, een graanhandelaar in Leur en neemt een kind van Louis op (Goverdina Marie Louise “Zus”). Als Zus op tweejarige leeftijd bronchitis krijgt, trekt Zus tijdelijk in bij tante Toos. In Leur zijn namelijk geen fabrieken en daardoor zou het klimaat beter voor haar zijn dan in de fabrieksstad Eindhoven. Ze gaat er een aantal keren logeren, maar steeds als ze weer terug naar huis gaat krijgt Toos zenuwaanvallen.
Adriana beslist uiteindelijk dat Zus maar bij Toos moet blijven wonen. En Adriana was de baas. Maar ook het feit dat de leerlooierij failliet gaat en Mia ziekelijk is, speelt een rol. Zus groeit op bij tante Toos en heeft nog maar weinig contact met haar ouders en broers/zussen, want reizen is niet zo gemakkelijk. Huub: “In onze ogen had Zus het veel beter dan wij. Wij moesten met meerdere kinderen alles delen”.
Toos was een chique dame, charmant, elegant en mondain. Ze sprak goed Frans, net als veel familieleden Vosters. Toos en Harry Verpalen woonden in Etten Leur, daarna korte tijd in de Rodenbachlaan in Eindhoven en vervolgens in Breda (het Mastbos).
Er ontstaan problemen waardoor Zus vertrekt.
Toos was achterdochtig en stond als lastig bekend. Samen met Janet reden ze onaangekondigd naar Parijs om te zien of Zus zich gedroeg. Ze leeft lang teruggetrokken in een donkere villa in het Mastbos in Breda.
De familie verneemt in een overlijdensadvertentie dat Toos overleden is.

 

Hoofdstuk 4.

Dommelzicht, Jan Vosters

Jan is de oudste zoon van Eduard. Het is de bedoeling dat hij de leerlooierij van zijn vader overneemt. Jan stapt uit de leerlooierij door onenigheid met Louis en begint in een schuur halverwege het huis aan de Broeksewegen de leerlooierij een fournituren- leer en klompen grossierderij. Later neemt hij een  klompenhandel in de Jan van Lieshoutstraat over.

Scheve neus
Jan is in het donker op de Broekseweg tegen een kar aan gelopen en heeft daar zijn neus bij gebroken; hij hield er een scheve neus aan over

Na het overlijden van Eduard sr laat Jan in den Elzent in Eindhoven een woningcomplex bouwen op één perceel voor 2 woningen een woning voor zijn ongehuwde (Lies) en gescheiden zuster Mien.
Door handigheid en doorzettingsvermogen slaagt hij er in om drie in plaats van twee woningen op het perceel te realiseren.

Jan Vosters en Jo van Nuenen trouwen op 11-2-1909
Jo is de dochter van Willem van Nuenen, een linnenfabrikant uit Meerveldhoven. Deze Willem van Nuenen overlijdt voor de geplande huwelijksdatum van zijn dochter waardoor het huwelijk wordt uitgesteld.
In afwachting van hun woning Stratumseind 109 (Dommelzicht) trekken Jan en Jo in een van de woningen aan de Rechtestraat in Eindhoven. Jan is extreem in oordelen over personen, streng, Jo is gemakkelijk.

Twee Kinderen
Jan wil graag een groot gezin, maar het gezin blijft beperkt tot twee kinderen. In 1914 wordt (grote) Eduard geboren in het “Veerhuis” aan de Kanaalstraat in Eindhoven. Mitzi wordt in 1918 geboren op het Stratumseind.
Omdat hij maar twee kinderen heeft wordt hij hierover door de pastoor aangesproken. Jan gooit hem definitief het huis uit.

Fournituren, Leder- en Klompenbedrijf
De grossierderij aan de Jan van Lieshoutstraat in Eindhoven heeft een filiaal in Maastricht en een in België. Hij heeft een administratieve medewerker en een klompenverver (Nelis op de zolder) in dienst en einde van datzelfde jaar kunnen 30 “geïnterneerde” Belgische vluchtelingen aan het werk (Eindhovensch Dagblad 5-12-1916). Als dank schenken zij hem een houten ingelegd dienblad (in bezit van Mitzi). Jan heeft overigens veel geld verdiend aan de handel met bezet België.
Jan had via zijn vrouw de beschikking over een boerderij in Meerveldhoven. Louis bezat een boerderij aan de Eckartseweg.
Jan koopt in 1916 het huis aan het Stratumseind maar kan daar niet onmiddellijk in zodat voor een jaar in de Rechtestraat (waar Van Hout- Ververgaard was) een huis wordt betrokken. 

Jan een man van principes
Jan Vosters is een man met duidelijke principes, waaraan moeilijk te tornen valt. Eduard gaat naar de Aloysiusschool in de Ten Hagestraat in Eindhoven. Daar is hij maar kort geweest, hij maakt de school af bij de fraters in Woensel. Van zijn zoon Eduard heeft Jan hoge verwachtingen. Als bij Eduard op school in het begin het lezen maar langzaam op gang komt levert dat dan ook veel spanningen in het gezin op.
Ook voor Mini (later Mitzi genoemd) is Jan een strenge vader. Mini weet dat in conflicten op school hij steeds partij voor de onderwijzer kiest en zij is dan ook niet bereid om op school te beloven dat ze een misstap thuis zal vertellen. Voor de schoolleiding is dat aanleiding om met Jan te gaan praten.

Sluiproute
De kinderen worden strak gehouden. Dat leidt ertoe dat Mini ‘s avonds een sluiproute naar binnen neemt als zij laat thuiskomt: over het fietsenhok, via de bijkeuken door de goot op het balkon door het glas in lood-raam.
De tuin achter het huis aan het Stratumseind wordt gedomineerd door enorme beuken. Tussen de tuin en de Dommel staat een schutting met een poortje waardoorheen het afval in de Dommel gegooid kan worden. Tegen een blinde muur van het huis komt later het duivenhok, verder een terras, hokken en garage. Er hangt altijd die typische Dommelgeur. Tussen garage en schutting is een hoek waar een uitweg naar de Dommel is.

Dommelgeur
Bezoekers klagen over de stank van de Dommel. De bewoners hadden daar geen last van, want als ze buiten zaten “stond de wind altijd goed”.

Een van de eerste auto’s in Eindhoven
De garage herbergt een auto (een van de eersten N 316). Mini heeft in die garage een kano en een (poppen)kinderwagen staan. Jan had een van de eerste auto’s in Eindhoven. Zijn stelling was zo veel mogelijk midden op de weg te rijden zodat je de ruimte had om uit te wijken.
Dommelzicht is een statig herenhuis. Het toilet beneden was vaak verstopt, het toilet boven had fraaie groene strepen op de pot.
Na de watersnoodramp is een deel van het huis afgestaan aan een gezin uit Rilland Bad. 

Jachtavontuur
Jan gaat wel eens op jacht, hij is een goede jager. In dienst behaalde hij een prijs voor scherpschieten (zie parafernalium Prins Hendrik). Maar op een keer struikelt hij en gaat het geweer af waardoor zijn eigen hond dodelijk wordt geraakt. Hij is toen met jagen opgehouden en duiven gaan houden omdat Frans Bazelmans (een neef van Jo) dat ook deed. Hij wint geregeld prijzen met deze postduiven.

 Een gezegde van Jan was;
“Vaste baan betekent constante armoede”

Eduard de oudste zoon
Eduard gaat naar de middelbare school aan het St Joriscollege en later op kostschool Rolduc in Limburg. Hij zou de handel in moeten want, ”een vaste baan betekent constante armoede”. 

Straf
Als de familie met de auto Eduard gaat opzoeken, wordt eerst de schoolleiding over de vorderingen ondervraagd; zijn deze onvoldoende dan wordt de terugreis weer aangevangen zonder dat Eduard zijn ouders ziet.

Daarna naar de “universiteit” van Duiven (privé-internaat) waar ook Koster uit Aalst, Martin en Toon Nieuwenhuis, Hein Schneider en Guus Minke (familieleden van zijn latere vrouw) zitten.

Eduard gaat in de textiel
In Enschede op de textielopleiding wordt in het eerste jaar vooral spinnen, tricot en verven geleerd. Daarna een specialisatie in tricot. Net zoals zijn ouders en grootouders gaat hij op Wandershaft, eerst in Duitsland Bad Kanstat voor tricot, negen maanden in Reutlingen, daarna Oberndorf (machinefabriek Mauser) en Hartmansdorf. In Leicter (Engeland) volgt hij de college of Art and Technology. Hij ontmoet daar de Noor Palmen die hij nog uit Reutlingen kent.

In 1939 koopt Jan voor zijn zoon Eduard een textielfabriek in Waalre van Anton Minke uit Dedemsvaart. De fabriek was van de erven van Toon van Agt. Deze Toon van Agt komt bij een verkeersongeval in de Ardennen om het leven. Het bericht van overlijden wordt tijdens de kermis in de poffertjeskraam door Frans Smits van Ooyen aan Jan Vosters verteld.
De fabriek is een markiezenweverij, maar omdat het een platweverij is denkt Eduard dit wel aan te kunnen, hij is tenslotte gespecialiseerd in tricot. Accountant Verhagen adviseert om niet de NV (met aandeelhouders) over te nemen, maar de fabriek sec te kopen en dat gebeurt. In september 1936 wordt de fabriek met 5 werknemers opnieuw opgestart. Er wordt markiezen- en zeildoek geweven. Zeilmaker vd.Werf, die in de fabriek werkt, begint al gauw voor zichzelf. In Maastricht wordt een tricotagefabriek gekocht voor de productie van ondergoed. Later blijkt deze onvoldoende winstgevend zodat die wordt ingeruild voor een ververij. Kredieten van de bank worden relatief gemakkelijk gekregen vanwege de gedegen vooropleiding die Eduard had genoten. Hoewel de fabriek - zoals gezegd - in september al start, vindt het transport in november plaats. Dit uitstel is uitermate gunstig vanwege de devaluatie van de gulden die tussentijds plaatsvindt. Een wever verdient in 1936 fl. 18,- en een getouwsteller fl. 28,- per week.
Bij de overdracht van de fabriek ontmoet Eduard de dochter van Anton Minke, Tiny. De charmante Tiny valt bij Eduard in de smaak. De overdracht wordt op het Stratumseind gevierd. Tiny vindt het een chique bedoening.
Jan, de vader van Eduard, is een belangrijk raadgever. Tante Mien vreest dat bij het overlijden van Jan de fabriek gauw failliet zal gaan. Dat gebeurt niet, integendeel de fabriek breidt uit en exporteert vooral zeil- en markiezendoek.

 

Hoofdstuk 4.1

Aalsterweg, Eduard Vosters

Tiny vindt Eduard een jong broekie
Eduard vindt ze een jong broekie die nog maar weinig in te brengen heeft. Eduards moeder nodigt Tiny uit voor de thee voor als ze het St Josefziekenhuiswaar ze de opleiding volgt eens wil ontvluchten.

Zeg het met rozen
Eduard nodigt Tiny uit voor een fietstocht. Daarna komen er dagelijks roosjes voor Tiny in het ziekenhuis die de nonnen met nogal zure gezichten aan Tiny geven.Tiny gaat vervolgens de kraamaantekening halen in Amsterdam. Daardoor zien zij elkaar een tijd niet.

Tiny raakt aan het twijfelen, krijgt in Amsterdam kennis aan een ander, maar besluit toch voor Eduard te kiezen. Dat deelt ze hem per brief mee. Er wordt een bijeenkomst belegd in “De Vereeniging” in Nijmegen.
Eduard trekt de weekenden naar Dedemsvaart op de motor (BSA). Hij zit dan langer op de motor dan dat hij in Dedemsvaart is. Ook de vrijers van de zusjes van Tiny zijn er dan. ‘s Zondags gaan ze gescheiden naar de kerk en verder zijn de stelletjes ook nooit alleen thuis.

Vrijers worden beoordeeld naar referenties en inkomen
Vader Anton beoordeelt de vrijers van zijn dochters naar referenties en inkomen. Dat laatste moet minstens f 4000,- per jaar bedragen. De twee jongere zusjes van Tiny zijn al verloofd. Anton vindt dat zijn dochters in volgorde van leeftijd dienen te trouwen en dringt er dus bij Eduard op aan om snel te verloven. Dat doen ze op 20-4-1941 zodat Tiny na Annette, de oudste dochter, op 3-7-1941 kan trouwen. Annie en Suus volgen daarna snel. Anton is er tegen dat ze tegelijk zouden trouwen, omdat dan de aandacht wel eens ongelijk verdeeld zou kunnen worden.
De bruiloft wordt bij Wientjes in Zwolle gevierd. 

Ook na het huwelijk de sigaar
Na de huwelijksmis komt Eduard met opgestoken sigaar bij Wientjes het rijtuig uit. Zijn vader geeft hem daarvoor een standje, want hij had de sigaar bij de pastoor moeten laten.

Vanwege spertijd moeten zij vóór acht uur op huwelijksreis vertrekken, zodat zij vóór donker in Arnhem zijn. Tiny draagt hoge hakken en weet dat er na de treinreis nog een grote afstand afgelegd moet worden. Dat er een rijtuig zou staan moest een verrassing zijn, maar de stationschef verklapt het geheim. Na een week Beekhuizen, een tweede naar Groningen, Amsterdam en Rotterdam, komen ze in Eindhoven aan. Eduard heeft tijdens hun huwelijksreis meteen nog wat zaken kunnen doen.

Ieder kind is een geschenk van God
Er staan in die tijd veel huizen leeg. Tiny heeft haar oog laten vallen op Aalsterweg 267, wel erg groot voor “aanspanners” (fl 90- per maand huur), maar ze gaan er toch wonen. Gezinsplanning was onbekend en voor katholieken verboden in die tijd. Ieder kind was even welkom en een geschenk van God. Er was altijd voldoende hulp in huis. Zorgen om de zwangerschap en kinderziektes werden met Annie Dassen gedeeld. Zij woonde op weg naar huisarts Truiens.
Tijdens een korte vakantie in Dedemsvaart is er ingebroken op de Aalsterweg.  Tiny wil dan meteen naar huis. Het is winter en de tram naar Zwolle doet er twaalf uur over door sneeuwobstakels en watertekort. ‘s Nachts om twaalf uur komen ze in Eindhoven aan. Ze blijven bij Eduards ouders op het Stratumseind logeren, waar ze ook Jantje, hun eerste kind, voor die nacht hebben achtergelaten.

Het Geheim
Ad; grote Eduard had niet alleen aan een kant 6 tenen maar ook 6 vingers. Die aan de hand liet Jan weghalen, die aan de voet liet hij staan om afgekeurd te worden voor dienst.
De tantes, Ad, Mieke en Regina hebben knobbels aan de voeten, is dit erfelijk?

Soyez prudent pour les enfants
Als er aan tafel over geld gesproken werd waarschuwde Tiny met “Soyez prudent pour les enfants”. Het eerste Frans dat de kinderen meekregen. 

In augustus 1942 schrijft Jan een stichtende brief aan zijn eerste kleinkind;
“...dat ge onze naam steeds fier mag dragen dat ge een goed Brabander zult zijn, goed geloovig, trouw aan huis en kluis, dat ge een vlijtig en werkzaam leven zult leiden, tot voorbeeld van broers en zusters, en tot plezier uwer ouders. Heb je ouders lief en doe je plicht, maak plezier en neem je ontspanning op tijd, maar steeds na je werk. Ik ben dan overtuigd, het je goed zal gaan.”

Brabander
Enige typerende uitdrukkingen van Eduard;
-          he hit nog gene nagel um zunne kont te krabben (over armoede)
-          ge wit van vurre niet da ge van achter lift (over onnadenkendheid)

Tiny en Eduard krijgen 7 kinderen. Ze onderhouden een uitgebreid net van vrienden. Het gezin verhuist in 1960 naar Valkenswaard, waar ze een huis kochten tegenover het “Dennenhuis”. Eduard stimuleerde ondernemerschap, ook bij zijn eigen kinderen. Het was dan ook een grote teleurstelling dat geen van zijn kinderen belangstelling voor de fabriek hadden. Toon koos overigens wel voor een carrière in de textiel.

Wat doen de kinderen van grote Eduard?
Jan wordt arts en trouwt met Willie Roncken. Met twee kinderen vertrekken ze naar Zambia. Na drie jaar komen ze terug en krijgen ze nog drie kinderen. Jan werkt lang als directeur van de GGD Helmond. Zijn nieuwe partner is Margot Werts.
Toon volgt een textielopleiding in Roubaix, maar neemt de fabriek van zijn vader niet over. Hij trouwt met Marianne Flament en samen krijgen ze een zoon. Later trouwt hij met Kristine Kramer en zij krijgen twee zonen. Hij woont eerst in Duitsland, Frankrijk en later in Brussel en Leuven.
Christine (Ineke) wordt maatschappelijk werkende en later ook nog verpleegkundige. Zij werkt lang in Herdecke in Duitsland in een antroposofisch ziekenhuis. Zij krijgt een dochter.
Peter verkoopt veevoeder en adviseert boeren. Met Gerda Swinnen krijgt hij twee dochters.
Margriet is dialyseverpleegkundige in Tilburg geweest en heeft met Marij de Beer samengewoond. Zij overlijdt in 2004.
Hanneke krijgt twee zonen van Jan de Bruijn. Zij trouwt voor de tweede keer, nu met Louis Appels die een aangenomen dochter Mirella meebrengt. Hanneke werkt in een kloosterbejaardenoord.

De 4 Eduarden
- Eduard sr, de leerlooier
- Grote Eduard, zijn kleinzoon en zoon van Jan
- Kleine Eduard, een andere kleinzoon, zoon van Louis
- Eduard jr, jongste zoon van grote Eduard
Eduard; Germaanse naam betekent erfgoedbewaarder (ead= erfgoed, ward= bewaren)

Eduard jr is controller en getrouwd met Paula Averson. Zij hebben twee zoontjes uit Colombia geadopteerd. Na zijn pensionering houdt hij zich vooral bezig met natuurbescherming in Amersfoort.

Pinny for the penny
Eduard is nogal pinnig, maar Tiny trekt zich daar weinig van aan. Ze koopt en laat de rekening naar huis sturen, ze gaat naar de bank als ze geld nodig heeft.

Varen
Nadat de textielfabriek van Eduard in Waalre in 1972 is geliquideerd, schaft hij een boot aan. Samen aanvankelijk met de kinderen en later vooral met Tiny bevaren zij de binnenwateren van ons land, maar ook in Duitsland en België. Zij gaan vaak naar hun flat in Nieuwpoort die na hun dood door de kinderen gebruikt wordt.

Mitzi
Mitzi is de dochter van Jan en Jo.
Het Stratumseind ligt op een eiland in de Dommel. Deze stroomt geregeld over. Als een bal in de Dommel terecht komt rent Mitzi naar de stadsgracht waar de bal weer uit het water gevist kon worden.
Soms logeert ze bij tante Toos. Ze mag er paardrijden maar toen bleek dat ze geen rijbroek had werd die toezegging ingetrokken.
Het is nogal saai thuis en daarom speelt Mitzi vaak bij van Kouwenhoven waar ze 9 kinderen hebben.
Jan organiseert familievakanties van een maand in Blankenberge. Hij is dan erg gezellig en royaal. Met de bus trekt men daar naar toe. De gang naar België zit er al vroeg in om dat daar bijvoorbeeld in Turnhout vaak kleren werden gekocht.
Met vriendinnen Katy Kruseman en Riet Nijpels gaat Mitzi naar Noordwijk op vakantie.Ze heeft op het Gemeentelijk Lyceum Eindhoven gezeten; een algemene dus niet katholieke school waar jongens en meisjes op zaten. Jan wil dat zijn kinderen de beste opleiding krijgen. Voor Mitzi heeft hij een apothekersopleiding in petto (anderen laten werken en zelf veel geld verdienen). Mitzi werd eens door een Duitser aan de deur uitgenodigd. Haar vader luisterde mee. Ze is er niet op ingegaan. Meisjes trouwen, worden verpleegkundige, onderwijzeres of gaan in het huishouden. Mitzi volgt de Kunst, Techniek en Ambacht opleiding in Den Bosch waar ze dagelijks met de bus naar toe gaat. Daar heeft ze vooral veel lol gehad en ook een vriendje gekregen waar Jan fel op tegen is omdat hij “beneden haar stand” is. Alle middelen worden aangewend om die jongen zwart te maken. Zijn gezin kwam uit Indië. Ze volgt daarna een schildersschool in Antwerpen waar ze bij 2 ongetrouwde zusters op kamers gaat. Ze heeft er een ouderwetse kamer met spiegels en een hemelbed. Ze wordt door haar ouders weggebracht.

Seksuele voorlichting
Bij het afscheid op de stoep geeft Jan nog enige seksuele voorlichting; “Meisje, hou God voor ogen en uw hand voor uw gat”.

In mei volgend jaar moet ze alweer weg uit Antwerpen vanwege de oorlog. Met de Nederlandse kolonie op de fiets via Bergen op Zoom naar Eindhoven. Ze maakt er mee dat de Fransen de Duitsers tegen probeerden te houden; het komt nogal klungelig over. In Amsterdam is ze toen tekenen (Nijverheidsacte 11) gaan halen; op kamers mag ze niet meer, dus met de trein op en neer. Om kwart over 6 de deur uit en in 8 minuten lopen naar het station. Door de oorlog was een treinreis ook niet zonder gevaar.
Sport is haar grootste ambitie; gymles door de nonnen, gymclub, abonnement op het zwembad in de Dommel bij den Elzent en hockey tot haar 45e, skiën, golven en tennis. Met Katy Kruseman heeft ze een zeilbootje (“het zweetdruppeltje”) voor in de Biesbosch. In 1950 gaat ze met 1e klas hockeyers naar Zuid Afrika. Daar wordt een internationaal elftal samengesteld.
Ze hoeft alleen de reis zelf te betalen. Landen investeerden toen, zo snel na de oorlog, veel in sport. Van Kaapstad reist ze naar Salisbury, Zuid Rhodesië (Harare, Zimbabwe). In Kaapstad verblijft ze in een gezin met boot Ze heeft er een baantje bij een oogarts die onderzoek deed naar vit A bij muizen. Met een vrachtboot via Mombassa en Suez kanaal vaart ze naar huis. Ze doen er een hele maand over.
Nadat haar vriendje, die naar Australië was geëmigreerd, van de school in Den Bosch, haar ten huwelijk had gevraagd (met de handschoen) wil ze hem na zolang toch eerst wel ontmoeten. Mitzi emigreert naar Australië. Hij was intussen gescheiden. Het valt allemaal nogal tegen. Ze heeft 8 maand in Australië gewoond en heeft er in een winkel gewerkt. In die tijd heeft ze veel steun gehad aan haar oude vriendin van van Kouwenhoven die in Australië woonde. Die raadde haar ook aan om per vrachtboot terug te gaan. In Singapore heeft ze een maand oponthoud. Ze heeft daar een leuke tijd omdat ze daar met de Nederlandse kolonie veel uitging.

Aap in huis
Omdat het zo leuk voor de neefjes en nichtjes zou zijn neemt Mitzi een aap mee uit Singapore. Zij kocht deze van een zeeman. Het was een lastig en verwend beest

Na het overlijden van haar vader in 1946 woont ze met haar moeder. Ze verhuist met haar naar de Bilderdijklaan. Ze heeft graag zelf kinderen gehad maar ze werd al gauw deel van het gezin van grote Eduard.

Mitzi naast het gezin van grote Eduard
Mitzi ging op in het gezin van haar enige broer Eduard.
Iedere zondag met haar moeder naar de Aalsterweg. Vooral als de kinderen ouder worden vormt ze een vangnet voor haar neven en nichten.

Mitzi actief en creatief
Mitzi is na de dood van haar moeder in het huis blijven wonen dat ze voor haar moeder en zichzelf heeft laten bouwen in Waalre. Jo, haar moeder, overlijdt voordat het huis klaar is. Mitzi heeft een actieve kennissenkring die ze o.a. heeft overgehouden van de periode dat ze bij EMHC hockeyde. Ze zat lang in het bestuur van de Eindhovense ijshockeyvereniging.
Haar neven en nichten beleefden veel plezier aan de Sinterklaassurprises die zij altijd zo artistiek inpakte.
Mitzi heeft bijna 12 jaar voor Gulpener azijn gewerkt. Ze is vertegenwoordiger en heeft veel kontakten met kruideniers en grossiers. Vooral de zelfstandigheid trekt haar erg aan. Ze wordt secretaresse van de Eindhovensche Sportraad; een nogal chaotische club. De jubilerende Philips schenkt een miljoen gulden voor een ijsbaan. Mitzi neemt ook het secretariaat van de ijshockeyclub (De Kemphanen) op zich. Naast de voor haar toen nieuwe baan van huisvrouw heeft ze dan dus drie banen. De laatset is wel de meest veelzijdige gebleken.
In 1967 wordt grond in Nuenen voor de aanleg van een rotonde aan de gemeente verkocht. Daar kan het huis wat ze bewoont in de Dirk van Hornelaan voor gebouwd worden.
Op hogeleeftijd verhuist ze naar Dommelhoef, een serciceflat in Eindhoven. Daar overlijdt ze in 2011.

 

Hoofdstuk 5

Fellenoord, Louis Vosters

Louis trouwt met Mia (Meta) van de Grinten in mei 1913. In 1917 verhuist hij naar de Fellenoord in Eindhoven, een huis gekocht van de weduwe Vlaminx? (Eindhovensch Dagblad 5-1-1917).
Ze krijgen 3 dochters (Huub, Ad en Zus) en 2 zonen (Henk en Eduard, later de kleine genoemd).
Moedertje (Mia) was klein van stuk en heel lief. Ze heeft zelfs na de scheiding van haar schoonzus Mien contact gezocht met haar ex, Harry van Kol.

Ondeugend
Mia was net als haar dochter Ad ondeugend; toen Ad een keer thuis kwam met een roos op de jurk gespeld had een buurjongen gezegd; “meisjes die een roos dragen zijn meisjes die om een kus vragen”. Mia had geantwoord; “ …en jongens die dat doen, hebben geen fatsoen”. Ook maakten ze grapjes over het lage salaris dat de naaisters kregen.

Mia overlijdt in 1929 op 45-jarige leeftijd aan kanker. Zij was een pientere vrouw; pienterder dan haar eigen man. Ze is naar kostschool geweest en spreekt vloeiend Frans. Helaas heeft ze een zwakke gezondheid. Ze heeft last van haar longen en krijgt tuberculose.
De contacten met de familie van de Grinten zijn altijd hecht gebleven. Zo is de oudste zoon van grote Eduard met een neefje van haar (Thijs van de Grinten) op vakantie naar Rome geweest.

Liever een Haagse partij
Na de dood van Mia in 1929 trouwt hij in 1932 met Cor Pessers, hoewel de familie liever een chique Haagse partij voor hem had gezien. Cor werkt als bedrijfsleider met haar broer Louis in de banketbakkerij van De Leijer in Eindhoven. Ze is door de zusters van haar man nooit geaccepteerd.Louis en Cor krijgen nog een dochter, Loes.
De broer van Cor, die ook Louis heet, trouwt met Huub, een dochter uit het eerste huwelijk van Louis. Deze man is veel ouder dan Huub. Na veel kerkelijke procedures is het niet gelukt een eerder huwelijk ongeldig te laten verklaren (Louis Pessers stond o.a. model voor Mr  A. Roothaert’s trilogie Doctor Vlimmen 1953-1978). Louis Pessers heeft van een kapelaan moeten horen dat zijn eerste vrouw overleden was.

Luiers voor de arme mensen
Louis Vosters is lid bij het kerkbestuur en lid van de Sint Vincentiusvereniging. Deze vereniging stelt zich tot doel de armen te ondersteunen; hij gaat dan ook regelmatig bij arme mensen op huisbezoek. Er wordt bijvoorbeeld een rekening bij de bakker voor de armen geopend en bij geboortes worden luiers gegeven.
Louis volgt zijn vader op en wordt eigenaar van de leerlooierij met ongeveer 40 medewerkers. Desondanks ziet het gezin hem veel. Huub: “Hij werkte 6 dagen per week van 8.00 tot 18.00 uur, maar kwam tussen de middag wel altijd van 12.00 tot 14.00 uur met ons eten. Zo ging dat vroeger. Veel minder gehaast.”
In de fabriek worden vellen van met name koeien in run (looizuur bevattende gemalen eikenschors) gezet en zo tot zoolleer verwerkt. Er waren diverse van dit soort leerlooierijen in Nederland. De één specialiseerde zich in zoolleer voor schoenen, de ander in bovenleer voor bijvoorbeeld jassen.

Ingelegd hout van Belgische arbeiders
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, in 1914, ontstaat een hevige concurrentie met Duitsland dat tegen dumpprijzen schoenen importeert. Voor de meeste looiers, waaronder enkelen in Woensel, betekent dat de nekslag. Ook het bedrijf van Eduard (en Louis) heeft het moeilijk. Een nieuw productieproces wordt ingevoerd en Belgische arbeiders (gevlucht wegens de oorlog) worden in dienst genomen.

Geschenken
Als dank voor de prettige samenwerking krijgt Eduard van hen nog een zelf gemaakt kistje dat met hout is ingelegd. Dit kistje prijkt nu nog bij Huub in huis. Jan krijgt een hout ingelegd dienblad, dat in bezit van Jan is.

Ondanks alle inspanningen wordt het bedrijf in 1924 verkocht aan een toeleveringsbedrijf van Philips. Dat is een grote slag. Huub: “Zeker voor mijn moeder was het heel wat. Ons personeel, een naaister, een werkster én de dienstbode moesten eruit en ervoor in de plaats kwam een jonge dienstbode van slechts 16 jaar.”
Na de sluiting van de fabriek stapt Louis over op het verhandelen van leer en schoenen. Hij heeft zelfs even een eigen schoenenwinkel gehad met de naam Wodancella aan de Fellenoord. Mia helpt mee in het magazijn aan huis. Louis rijdt met zijn auto naar de mensen toe.
Huub: “Mijn vader was een sociaal man. Als klanten niet konden betalen omdat ze bijvoorbeeld net een kindje hadden gekregen, zei hij: “doe da betalen mar as ge kunt”.

Ben de gij van d’n goeie of van d’n moeilijke?
In tegenstelling tot zijn broer Jan die zeer zakelijk is en altijd geluk heeft met wat hij kocht is Louis veel zachtmoediger. Zeg je dat je er één van Vosters bent, dan vraagt men altijd: “Ben de gij van d’n goeie of van d’n moeilijke?” Die moeilijke is dan Jan, die zit altijd op de centen."

Huub wordt in 1914 geboren in het huis aan de Fellenoord. In 1919 verhuist het gezin naar een groter huis aan de Broekseweg, (een ander dan het huis van Eduard sr). Zoals dat vroeger ging slapen de meisjes bij elkaar, de jongens bij elkaar en het personeel boven op de zolderkamers.

Niet met kinderen beneden de stand spelen
Het gezin behoort tot “de bovenlaag van de bevolking”. Het is niet gepast met mensen om te gaan die “ver beneden stand” zijn. Zo mag Huub niet op Fellenoord naar school, maar moet naar de school in de stad, omdat die meer status had. Huub;” Een kinderjuffrouw bracht ons er naar toe en haalde ons weer op. Spelen op straat was verder uit den boze. Stel je voor dat we met de andere kinderen in aanraking kwamen; dat was toch niet goed. Dus speelden we maar in de tuin”.

Nadat Mia is overleden worden de kinderen naar kostschool gestuurd (meisjes en jongens altijd gescheiden). Huub en Ad naar de kostschool in Maastricht waar ze HBS-b konden volgen (Hogere Burger School).

Huub;
“Het leven op een kostschool wordt vaak negatief afgeschilderd. Natuurlijk was het er streng, maar thuis mocht je ook niet alles. De kostschool was in handen van de zusters Ursulinen.

Kostschool en polites
Chique nonnen die iedere zondagmorgen ‘polites’ gaven: beleefdheidsles. Daar leerden we hoe je een ei moest eten en dat je als meisje je benen bij elkaar moest houden. Je benen over elkaar was toen uit den boze. Een ander voorbeeld over etiquette was dat je een heer altijd voor liet gaan op de trap”.

In 1940, als ze de hypotheek van het huis aan de Broekseweg niet meer kunnen opbrengen, verhuizen zij naar een kleinere villa in Valkenswaard, “het Dennenhuis” aan de Eindhovenseweg.
Louis Vosters is samen met zijn 1e vrouw Mia begraven op het Pauluskerkhof aan de Boschdijk in Eindhoven.
Cor verhuist na de dood van Louis in 1958 naar een flat aan de Boutenslaan en overlijdt in 1969.

 

Hoofdstuk 5.1

Pessers, Huub Vosters

Huub is de oudste dochter van Louis. Ze trouwt met de broer van haar stiefmoeder, Louis Pessers. Zijn vader is aanvankelijk wever geweest, maar later oprichter van de firma N. Pessers & Zonen: wolwasserij, vellenbloterij, schapenleerfabriek en wollenstoffenfabriek aan de Van Bijlandstraat in Tilburg.
Louis heeft een banketbakkerszaak gehad. Hij woonde erboven, totdat hij de zaak verkocht. Dan trekt hij tijdelijk bij zijn zus in, terwijl hij een huis laat bouwen aan de Edenstraat 29 in Eindhoven waar hij later met Huub gaat wonen. Ze trouwen al na een paar maanden.

Huub trouwt met broer van stiefmoeder
Hoewel ze veel in leeftijd verschillen, Huub was 23 en Louis 52, heeft ze er geen twijfels over. Huub: ”Mijn vader had er meer moeite mee. De pastoor had hem echter gezegd: “Leg je d’r nou maar bij neer, want dan hou je je dochter. Ze doet toch wat ze wil.”

Echte Bourgondiër
Huub: “Mijn man was joviaal, een echte Bourgondiër en een hele leuke vader. Het was nooit “stil zijn, want papa moet rusten.” Hij ging met ze mee fietsen en vliegeren. En hoewel hij dus alleen tijdens zomeravonden werkte, was hij toch altijd met van alles bezig; huizen kopen en verkopen, in aandelen beleggen, lid van de kegelclub en dol op alle nieuwe technische snufjes, zoals toen de grammofoonplaat. Hij gaat ook graag op reis. Voordat we trouwden had hij nog een vier maanden durende rondreis door Afrika gemaakt.
En met het gezin gingen we bijvoorbeeld naar Loenen, Texel en Schoorl. In het huisje in Schoorl, dat door de eigenaren werd verhuurd terwijl ze zelf tijdelijk in de garage verbleven, is hij op een morgen plotseling getroffen door een hersenbloeding. Hij had gezegd: “Vrouwke, ik zie alles dubbel”. En ik had gereageerd met: “Doe je ogen maar dicht, dan gaat alles over.” Maar 10 minuten later riep mijn zoon Louis: ”Papa valt helemaal weg.” De dokter die vervolgens kwam zei dat als we katholiek waren hij nu bediend moest worden. Dat gebeurt met wat wijwater in een theekopje. De verpleegster die hen verder helpt was een naar mens. Zij is later vervangen door Lies van Diepen, een zus van Pater van Diepen die wij goed kenden. Zij is nog steeds een goede vriendin.”
Na 6 weken opname in het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam is Louis thuis verder verzorgd. Ze hadden toen een verpleegster, een huishoudster en een meisje in huis. Dat klinkt nu misschien onbegrijpelijk, maar je had het echt nodig. Er waren nog geen wasmachines en droogtrommels bijvoorbeeld. Bezoek moest ontvangen worden, de kinderen overhoord, etc.

Louis Pessers overlijdt op 66 jarige leeftijd
Precies een jaar na de hersenbloeding in Schoorl, na een huwelijk van 15 jaar, is Louis overleden, op 66-jarige leeftijd (8 augustus 1953). Huub was toen 39, mijn zoon Louis 14 en mijn dochter Marianne 12.”
Huub; “We waren ondanks het overlijden van mijn man een leuk gezin met z’n drieën. We hebben ervan gemaakt wat we konden. In het weekend gingen we wandelen en fietsen. TV hadden we niet, daar was ik te zuinig voor natuurlijk. Maar toen Marianne steeds TV ging kijken bij een vriendinnetje heb ik er toch één aangeschaft. Ik gaf de kinderen de vrijheid, maar ze moesten wel voor 23.00 uur thuis zijn, wat voor die tijd heel gebruikelijk was. Louis, die ik Wiek noem (afgeleid van Louiske), speelde hockey en Marianne zat op tennis. Beiden hadden veel vrienden en vriendinnen”.
In 1956 vonden de kinderen dat Huub maar eens een auto moet aanschaffen. Het werd een Opel. En tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds vaak in de auto te vinden.”

Directrice voor “even”
Na het overlijden van Louis zei de directrice letterlijk: “Het is goed als u er even uit bent.” “Even” bleek uiteindelijk 24,4 dienstjaren te worden. Huub begon inderdaad met de 10 uur per week tegen een salaris van F 80,- per maand, maar ging nadat haar man was overleden met een vol rooster aan de slag. Dat betekende toen 32 lesuren van 60 minuten. Ze gaf les in gezinszorg: wassen, huishoudkunde, koken (onbevoegd) en strijken. Huub; “Nog steeds zijn er mensen die tegen mij zeggen: “Van u heb ik strijken geleerd en ik doe het nog steeds zo”.

Huub Pessers wordt huishoudlerares. Na 6 jaar wordt ze gevraagd als adjunct-directrice. In het maken van roosters en plannen was ze naar eigen zeggen beter dan in het lesgeven. Toen de opleiding in 1969 naar de “Lange Akker” in Strijp (bij de Zeelsterstraat) verhuisde, maakten collega’s zich sterk voor het behouden van haar functie. Dit lukte. Toen de directrice aldaar ziek werd, vroegen ze zelfs of Huub haar plaats tijdelijk kon innemen tot er in 1976 iemand uit Woensel het van haar over zou nemen. Dat gebeurt: Huub wordt directrice en in 1976 weer adjunct en uiteindelijk is ze in 1979, op 65-jarige leeftijd, met pensioen gegaan.

Te stom om te studeren, maar cum laude geslaagd
Louis, de zoon van Huub, gaat na het gymnasium naar de universiteit van Utrecht om rechten te studeren.
Huub: “Na slechts een half jaar kwam hij echter weer thuis met de mededeling dat ie te stom was om te studeren. Ik belde de rector en vroeg of ze Wiek konden laten testen. Uit de test bleek dat ie van alles zou kunnen, maar dat ie gewoon even in een dip zat. Wiek vond dat ie mij niet zomaar alleen kon laten; hij voelde zich voor mij verantwoordelijk. Toen hebben we samen gepraat en besloten dat hij, ondanks zijn verkregen vrijstelling voor dienst, toch in het leger zou gaan. Wiek volgde de officiersopleiding en mocht in Eindhoven blijven wonen mits hij vervoer had naar de kazerne. Dat was geen probleem, want hij kreeg de auto van thuis mee. Tijdens zijn dienstplicht heeft hij zijn kandidaatsrechten gehaald en is daarna teruggegaan naar Utrecht. In de jaren 60 studeerde hij cum laude af!”
Na zijn studie begint hij bij Advocatenbureau Athmer als jongste advocaat.
Na verloop van tijd krijgt hij via Hockeyclub EMHC kennis met Emmy van Wayenburg, met wie hij in 1965 trouwt.

Wiek heeft een eigen advocatenkantoor in Eindhoven gehad onder de naam Pessers. Hij krijgt drie zonen: Loet (technisch manager, getrouwd geweest met Petra Berkenveld), Felix (financieel manager, getrouwd met Yvonne de Rijk en vader van Luuk en Karlijn) en Jeroen (expert specifieke zaken bij een verzekeringsmaatschappij, getrouwd met Renate van Grol en vader van Niels en Rick). Emmy overlijdt in 2004 op 65 jarige leeftijd.

Marianne, de dochter van Huub, gaat na de MMS (Middelbare Meisjesschool) een jaar als au pair naar Frankrijk. Vervolgens volgt zij een jaar de vormingsklas voor huishoudelijk inzicht alvorens ze naar de kweekschool (nu Pabo) gaat. Ze houdt niet van studeren en wil een korte studie doen waarmee ze in haar eigen onderhoud kan voorzien. Na de kweekschool heeft ze er dan ook meer dan genoeg van. In tegenstelling tot Wiek die vreselijk makkelijk studeert. Ze wil net als Wiek zijn, maar moet er veel meer voor doen. Marianne’s sterke kant zijn haar sociale vaardigheden.

Marianne treedt in voetsporen van haar moeder
Na de kweekschool gaat ze nog een jaar als au pair naar Frankrijk. Ze haalt daar een akte aan de Parijse universiteit en komt met Pasen terug omdat ze een baan kan krijgen bij de Parochieschool van ‘t Heilig Hart in Gestel. Huub: “Ze treedt daarmee als lerares in mijn voetsporen. Zeven jaar lang heeft ze daar lesgegeven aan de derde klas (nu groep 5). Toen is ze getrouwd en, zoals dat toen gebruikelijk was, gestopt met werken. Later, toen de kinderen wat ouder waren, pikte zij de draad van het werken weer op. Ze werd lerares in Woerden en werkte na de verhuizing naar Urmond bij een werving- en selectiebureau waar zij testen afnam. Marianne stierf helaas al op 58-jarige leeftijd. Ze was getrouwd met Wim van Baal (directeur personeelszaken) en kreeg 2 dochters: Daniëlle (verloskundige, partner van Frank Kees) en Olga (getrouwd met Rien van Eeuwijk en moeder van Pim, Koen en Theo).”

 

Hoofdstuk 5.2

Keyzer, Ad Keyzer- Vosters

Ad is de tweede dochter van Louis en Mia. Ze woont in Soest, is zeer vitaal, fietst en is druk met vrijwilligerswerk. Ze is getrouwd geweest met Rudy Keyzer en met hem naar Australië (Melbourne en Warburton) geëmigreerd. Na de scheiding is zij terug naar Nederland gegaan. Ze heeft een dochter Mieke in Georgia (USA) wonen. Haar dochter Regina trouwde met een militair (Jim), ze hebben één zoontje Burke. Haar zoon David is vrijgezel.

Ad zat in Maastricht op school (HBS B, Urselinen). Ze kreeg er een zwerende duim; het eindkootje ging verloren; nog steeds soms pijnlijk. Daarna volgde zij de Opleiding LO Lichamelijke Opvoeding.
Voor de MarVA was ze in Batavia. Daar ontmoette ze haar man.
In 1950 emigreerde Ad met haar man Rudolf Keyzer en met hun twee jarige Mieke naar Australië (Melbourne) Ad gaf gymles en Frans. Nadat Rudolf haar verlaten had voor een vrouw met meer opleiding ging Ad in 1969 terug naar Nederland. Rudolf deed nauwelijks pogingen om het contact met zijn dochter te behouden. Een jaar later is Ad nog een tijdje terug geweest.

Mieke had veel last van een huiduitslag. Dat heeft haar zeer belemmerd in haar opleiding. Ook om die reden zijn ze terug naar Nederland gegaan. Een vriendin kon voor haar huisvesting in Soest verzorgen.
Ad ervaart veel steun van de familie van de Grinten onder andere bij de verdeling van de boedel (schilderij van haar moeder Mia).
Ze heeft ze in een fabriek gewerkt voor smaak en geurstoffen (Huub heeft daar nog aandelen in gehad).

Mieke heeft haar man Charley in Nederland tijdens een barbecue leren kennen. Ze had gehoord dat daar Engels gesproken werd en ze verlangde er naar weer die taal te spreken. Charley Dollar was een Amerikaan die in Soesterberg gelegerd was. Ze vertrok met hem naar de Verenigde Staten. Ze kregen een zoon (David) en een dochter (Regina). Het huwelijk liep mis. En toen Mieke haar zelfstandigheid met het behalen van een rijbewijs en het sparen van geld had bereikt is ze vertrokken. Ze heeft bij een veearts gewerkt en in een babycrèche en nu werkt ze in een warenhuis als caissière. Regina trouwde met Jim Smith met wie ze een tijd in Japan gewoond heeft. Hun zoontje Burke van 9 lijkt hoogbegaafd.
Op 17 jarige leeftijd kocht David een huis voor zijn moeder in Thomasville in Georgia. David is voorlopig bij Mieke komen inwonen.

Ad werkte tot over de 90 jaar oud, als vrijwilliger in een bejaardenoord. Ze schenkt koffie en thee. Ze leest het liefst boeken in het Engels maar met wat meer moeite ook in het Frans. Ze fietst veel en geniet van de natuur. Tot voor 4 jaar zag ze Mieke jaarlijks. Nu telefoneren ze wekelijks.

 

Hoofdstuk 5.3

Mercurius, Eduard Vosters

Kleine Eduard de oudste zoon van Louis trouwt met Ted van der Heyden en erkent de zoon van haar. Hij overlijdt in 1979.
Gekozen voor stamnaam Mercurius (op Mercuriuslaan 35 woonde het gezin meer dan 20 jaar). In de hal hangt het postpapier van de leerlooierij van Eduard Vosters ingelijst, evenals dat van haar vader (ook leerlooier).

Ted, geboren in 1923, komt uit Eindhoven. Haar vader is de zoon van een leerlooier uit Waalwijk.
Haar zus Ad (een non) was een vriendin van Mitzi. Ze is zeer gelukkig getrouwd geweest met Eduard, van wie ze altijd een foto in lijstje meeneemt op reis. Ze hebben elkaar op de Demer ontmoet. Aanvankelijk was de relatie niet stabiel..

 

Ben ik niet goed genoeg?
Toen Ted de stem van Eduard achter zich hoorde die zei “ben ik niet goed genoeg”, hervatten ze de relatie weer en waren binnen drie weken getrouwd, wat de familie aanleiding gaf om angstvallig op de kalender te kijken toen Karin geboren werd.

Ted had al een zoon Philo, die Eduard adopteerde. Ze hebben samen drie dochters. Eduard zei vaak; “3 dochters en mama dat zijn 4 plagen voor papa”. Hij werd klein genoemd, niet omdat hij klein was, maar om hem te onderscheiden van grote Eduard, de zoon van Jan. Hij heeft op het Augustinianum gezeten in Eindhoven maar is overgestapt naar de HBS. Hij was in zaken even te goeder trouw als zijn vader Louis. Verdienstelijk zaken doen was daardoor erg moeilijk. Hij is het eigenlijk wel altijd blijven proberen. Hij handelde in plastic, vooral huishoudelijke apparaten. Omdat de markt zich verplaatste naar België heeft het gezin een tijd in Vorselaar bij Turnhout gewoond. Zijn opdrachtgever gebruikte bijvoorbeeld voorinformatie waardoor Eduard de provisie misliep. Het gezin verhuisde naar Norg in Drenthe voor de markt in de noordelijke provincies, uitgezonderd de stad Groningen.

Huishoudelijke apparaten moeilijk verkoopbaar op platteland
Maar omdat op het platteland in die tijd (1957) nog weinig waterleiding was, waren daar de huishoudelijke apparaten nauwelijks te verkopen.
In Zeelst hebben ze toen bij een zus ingewoond.

Verhuisurgentie
Het gezin woonde in bij een zus van Ted. Door de pastoor onder druk te zetten kregen zij een huis in Woensel achter de Kloosterdreef.

Toen Eduard in 1979 overleed heeft hij nog juist te horen gekregen dat Marianne voor haar examen geslaagd was. Aan zijn sterfbed stonden zijn zussen, vrouw en kinderen. Hij dacht al in de hemel te zijn met al die engeltjes om hem heen.
Philo (in 2005 57 jr) is gek op auto’s, trouwde en heeft één kind . Hij is vrachtwagenchauffeur geworden.
Karin is postbode en heeft een dochter van haar 2e man.
Lucia is met Marnix getrouwd en heef een zoon van haar eerste man. Ze is directeur van de huisartsenpost in Terneuzen.
Marianne is administratief medewerkster, is het langst getrouwd en heeft met Jan Smulders een zoon en een dochter.

Ted vertrouwd met de computer
Ted werkte als secretaresse bij Philips, waar ze na haar huwelijk mee ophield zoals dat toen gebruikelijk was. Ze heeft jeugdwerk opgezet en zat in de ouderraad van de school. Na de dood van Eduard is ze weer secretaresse geworden, nu bij de Stichting Welzijn Ouderen. Na haar 65e is ze daar nog een jaar ingevallen. Nu heeft ze juist de lay-out van een boek gereed dat ze uitgetypt heeft. Ze is zeer vertrouwd met de computer, scant foto’s in en chat met haar kleinkinderen. In het huis hangen veel schilderijen, die ze zelf gemaakt heeft.
In 2006 overlijdt ze kort na de 2e hartoperatie.

 

Hoofdstuk 5.4

Kenderessy, Zus Kenderessy- Vosters

Een andere dochter, Zus (Goverdina), in Frankrijk Marie-Louise genoemd, trouwt in Parijs met een Hongaar (Pista Kenderessy).
Zus is op jonge leeftijd bij Toos ingetrokken en is door haar grootgebracht. In Breda studeert ze gymnasium alfa. Ze had contacten met het ministerie van buitenlandse zaken en kan uitgezonden worden naar Havanna of Parijs. Omdat Havanna te ver was voor Toos kiest ze voor Parijs. Daar heeft ze vanaf haar 29e jaar als directie secretaresse op de Nederlandse Delegatie in het kader van de Marchall hulp en later voor de Ierse Industriële Ontwikkeling gewerkt als attachee de direction.

Hongaarse connectie
Op een cocktailparty ontmoet ze Pista Kenderessy die een duwtje in de rug nodig heeft om het beste meisje op dat feestje verder te leren kennen. Later vraagt diegene die hem daartoe stimuleerde hoe het toch ging met dat Hollandse meisje; nou daar was hij dus mee getrouwd.
Pista was officier in het Hongaarse leger. Hij was van adel. Hij had grote problemen met de uitoefening van zijn taken onder het communistische regime. Zijn ouders zonden uiteindelijk hem en zijn broer naar Frankrijk. Ze kregen daar gevangenisstraf voor. Zijn moeder werd snel vrijgelaten maar toen later zijn vader vrijkwam kon hij geen baan meer krijgen. De broer van Pista emigreerde naar de Verenigde Staten.

Onverschrokken
Zus stond in een lift met een man die haar met een mes bedreigde en haar collier stal. Ze reageerde daar erg nuchter onder en vertelde het verhaal aan haar man Pista, die de politie waarschuwde.

 Zus kreeg drie dochters. Pista had graag ook een zoon gehad. twee van de drie dochters zijn in Nederland geboren op dringend verzoek van Toos omdat deze wilde dat de kinderen een Nederlandse nationaliteit kregen. Toen bij de tweede de huisvesting slecht geregeld bleek en Zus met de trein meteen na de bevalling terug naar Parijs moest is bij de derde bevalling voor een ander beleid gekozen; de derde dochter is in Frankrijk geboren.

 

Zoals het klokje thuis tikt
Pista had zeer goede ervaring met de Italiaanse keuken want Zus kon uitstekend Osso Bucco klaarmaken. Toen Zus dan ook in het kraambed lag ging hij het gerecht bij de Italiaan in Den Haag proberen. Dat viel erg tegen en hij meldde dan ook dat zijn vrouw het beter klaar kon maken.

 Toos was alleen bereid om het gezin te helpen als ze naar Nederland kwamen. Dat zou vooral voor Pista die al een keer van vaderland had gewisseld erg moeilijk zijn geweest. Het gezin Kenderessy heeft de welvaart waarin ze hebben geleefd volledig zelf verworven.
Toen Marika de vierjarige dochter van Zus eens bij Toos was keek ze haar aan en zei; “Ik vind je oud en lelijk”. Sindsdien bestond ze niet meer voor Toos.
Zus kon erg goed met haar Hongaarse schoonmoeder opschieten en is meerdere keren naar het noordoosten van Hongarije gereisd.
Pista had, nadat het leger door de communisten was opgeheven, een opleiding tot veearts gevolgd en had dus voldoende basis om in een chemische fabriek te werken. Toen hij eenmaal over de drempel was om loonsverhoging te vragen lukte dat verscheiden keren. Toen hij elders meer kon verdienen is hij overgestapt zeer tegen de zin van de vorige werkgever.
Na pensionering vertrok het gezin naar een dorpje bij Biaritz omdat daar een huis met een tuin meer betaalbaar bleek.
Felix de zoon van Louis Pessers logeerde er 6 weken om Frans te leren. Hij verkocht er zijn oude fiets met winst.

Zoals gezegd hadden Zus en Pista 3 kinderen.
Ildiko is drie talige secretaresse en volgt diverse stages zoals meubels bekleden, porselein herstellen, bloemdecoratie etc. Ze heeft vier kinderen. Gabrielle vervolgt haar studies in grafische kunst, Louis heeft net eindexamen gedaan en begint een opleiding aan een hogere handelsschool, Eugenie en Victor zitten nog op lyceum. Haar man Emmanuel (accountant) en de man van Marika zijn neven.
Marika werd arts maar niet echt van harte. Pista wilde dat ze tandheelkunde zou gaan studeren (dat leek hem meer geschikt voor haar), maar liet haar de vrije keuze. Ze trouwde met Vincent Schmutz en kreeg 9 kinderen. Robin de oudste specialiseert zich in de ICT, Chloë studeert architectuur in Tournai/ Doornik (België). Benjamin is een bedreven rugbyspeler. Sidonie studeert rechten. Omdat Vincent een tandartsenpraktijk in Le Mans kon krijgen gingen zij en later ook Zus en Pista daar wonen.
Erika is acupuncturist en heeft haar (veel oudere) man op een beroepsreis naar China leren kennen. Zus met haar dochters vormen in Frankrijk hun eigen familieclan.

 

Hoofdstuk 5.5

Zwitserse tak, Henk Vosters

Henk is de jongste zoon van de Eduard Vosters en Mia van de Grinten.
Als Henk 6 jaar is overlijdt zijn moeder en als hij 10 jaar is hertrouwt zijn vader met Cor Pessers. Als jongste zoontje van 6 jaar maakt het overlijden van zijn moeder die toen 45 jaar was grote indruk. Ze verhuizen naar Valkenswaard. Henk was een gevoelige jongen.

                     

Als hij met een vriend een zekere Jan Jeurissen ook uit Valkenswaard “quatre main” op de piano speelt leert hij zijn zusje Eugenie leren kennen. Zijn interesse in piano spelen en vooral in orgels was groot.

De grote belangstelling die Henk voor piano en orgel had dreef hem naar Zwitserland
Door deze gedrevenheid is hij naar Zwitserland gegaan waar hij het beroep van orgelbouwen kon leren. Als hij 22 is heeft hij de opleiding afgerond.

Trouwen in een beroemd klooster
Zes jaar later (1953) gaat hij met Eugenie Jeurissen naar Zwitserland en trouwen ze in het beroemde klooster van Einsiedeln waar hij de orgels gestemd had. Als hij daar dan een week werkt eet hij lekker bij de monniken.

Hij krijgt in Mannendorf een baan als orgelstemmer en woont dan aan de Zürichsee. Samen krijgen ze twee dochters Lilibeth en Jacqueline.
Ze noemen hun ouders Paps en Mams. Paps is veel onderweg in Zwitserland om in heel het land de geleverde orgels te onderhouden en te stemmen.

Een moeder is belangrijk
Tegen zijn dochters zei hij vaak dat hun zonen het goed hebben, omdat ze nog steeds kunnen genieten van hun moeder (die hijzelf zo gemist heeft). Bij hemzelf was het gemis aan moederlijke zorgen er de oorzaak van dat hij een voortand miste. Dat heeft zijn leven gekenmerkt.

Lilibeth studeert af voor apothekersassistente (moeder was ook apothekersassistente) en Jacqueline voor medische technisch assistente, beiden in Zürich. Na de studie van Lilibeth is zij voor twee jaar naar Zuid Afrika gegaan. Bij dat afscheid moest haar vader tranen laten. Hans haar man die nu gepensioneerd is heeft bij Hewlett Packard gewerkt. Lilibeth Maakt patch-work. Zo heeft ze van al de stropdassen van haar vader een patch-work gemaakt en aan haar tantes geschonken. Hun zoon Bernhard noemen ze Barny.
De peettante van Jacqueline is Marianne Pessers. Jacqueline heeft haar man in Zürich leren kennen toen hij rechten studeerde. De oudste, Dominic, gaat nu ook dit jaar naar Zürich om economie te studeren. Raffaël gaat nu ook voor het eerst naar Zürich op school en Christian gaat nog in de buurt naar school.
De dochters hebben het spontaan lachen en vrolijk zijn van hun vader.
Maar ze begrijpen niet zo goed waarom ze altijd wel naar de familie van haar moeder gingen in Valkenswaard en met de familie Vosters alleen met Huub, de zus van Henk . Henk was een gevoelige en lieve man die net zoals zijn neef Eduard zijn gevoelens moeilijk kon uiten. Toen zijn vrouw Eugenie tekenen van dementie toonde heeft hij dit lang verborgen voor zijn dochters. Met het niet meer kunnen communiceren met zijn vrouw was voor hem een zware opgave. Ondanks zijn goede gezondheid is hij in 2000 plotseling op 78 jarige leeftijd overleden.
Eugenie maakt het goed in een verzorgingstehuis in Mannendorf en is buiten haar geheugenverlies in goede gezondheid.

2-talig
Henk sprak vloeiend zonder accent Zwitserduits. Met hun kinderen spraken zij Nederlands en de dochters antwoordden in het Zwitserduits. Hun moeder wenste dat ze als Zwitserse opgroeiden.

Omdat Henk geen jongens heeft gehad gaat de naam Vosters in Zwitserland helaas niet verder.                            

 

Hoofdstuk 5.6

Ladan, Loes Ladan- Vosters

Loes is de dochter van Cor, de tweede vrouw van Louis Vosters. Zij en haar moeder zijn nooit door de tantes in de familie geaccepteerd. Toen Cor bij hen kennis kwam maken heeft het gesprek erg kort geduurd.

Standsverschil bleek niet te bestaan
Standsverschil was erg belangrijk voor deze tantes. Toen bleek dat het standsverschil er eigenlijk niet eens was konden zij hun opvatting niet meer bijstellen. Louis en Cor Pessers waren broer en zus en voerden samen een succesvolle banketbakkerszaak tegenover de Catharinakerk in Eindhoven. Cor was een lieve moeder, kon erg goed koken. Ze heeft in haar tijd samen met haar broer Louis Pessers vrijwel jaarlijks buitenlandse reizen gemaakt naar Zuid Frankrijk en Italië. Voor die tijd alleen mogelijk voor mensen die in goeden doen waren. Tot aan haar dood had zij contact met toenmalige medereizigers uit Den Haag.
Loes woonde haar eerste 6 jaren in een groot herenhuis Broekseweg 12. Ze heeft er prettige herinneringen aan.

Baby ook welkom bij de dienstbode
Toen Cor een dienstbode nodig had durfde ze vanwege de grootte van het huis de dienstbode niet mee te delen dat ze ook nog een baby had. De dienstbode (“ons Gon” van Mierlo) had inderdaad haar twijfels of ze er wel zou willen werken, maar toen ze er toch achter kwam dat er een baby was is ze gebleven. Ze heeft er negen jaar gediend en is in mei 1940 meeverhuisd naar het Dennenhuis in Valkenswaard. Loes is nog steeds bevriend met haar.

Na de Broekseweg heeft Loes in Valkenswaard in het “Dennenhuis” gewoond. Het was een oud, tochtig huis met scheuren in de muur, die later, toen ze nog eens terugkwam, er nog in zaten hoewel de toenmalige eigenaar wel een zwembad achter het huis had laten leggen.
Loes heeft 4 jaar op kostschool gezeten, MULO gedaan en de vormingsklas.
Loes wordt door haar neven en nichten geen tante maar Loes genoemd zoals Mitzi en Ad ook geen tante genoemd worden. Ze is gelukkig getrouwd met Herman; ze voelt zich rijk. Herman was voor zijn pensionering chemicus aan de TH (nu TU) Eindhoven.

Enkele familieleden volgden een opleiding aan de kunstacademie in Arendonk
Na zijn pensionering is Herman gaan schilderen. Net als Ted heeft hij op de kunstacademie in Arendonk (België) gezeten. Hij schildert in opvallende pasteltinten. Hij maakte een ets van het begin van de Broekseweg voor de afbraak in 1977.

 Loes en Herman kregen twee dochters en een zoon. De laatste, Huib, heeft schildklierproblemen net als zijn moeder heeft gehad. Hij is installateur gas en water. Charlotte is verpleegkundige buiten dienst en Gertruud is docent biologie aan het Joriscollege in Eindhoven en huisvrouw.
Loes en Herman zijn beiden overleden.

Overledenen

naam

geboren

sterfdatum

overleden te

beroep

Adriaan Lodewijk Vosters

24-8-1818

4-4-1864

Reusel

burgemeester

Adriaantje Vorsters- Bolle

 

20-7-1814

Reusel

 

Adriana Vosters- Deelen

10-8-1849

5-1-1928

Eindhoven

 

Cor Vosters- Pessers

17-12-1888

12-2-1969

Eindhoven

 

Eduard Vosters (grote)

25-8-1914

27-10-1992

Geldrop

industrieel (textiel)

Eduard Vosters (kleine)

1-3-1917

26-5-1979

Eindhoven

handelaar

Eduard Vosters (senior)

3-10-1855

18-12-1925

Eindhoven

leerlooier Woensel

Emmy Pessers- van Wayenburg

19-9-1939

30-12-2004

Eindhoven

 

Gijsberdina Vosters- Soethout

7-11-1779

14-11-1858

Reusel

 

Harry van Kol

8-11-1885

± 1932

Antwerpen

 

Hendrikus Verpalen

9-6-1879

18-8-1935

Breda

 

Henk Vosters

29-5-1922

30-11-2000

Mannendorf

orgelbouwer

Henricus van Wezel

23-4-1874

2-12-1943

Breda

 

Janet van Wezel- Vosters

10-9-1882

1-1-1957

Breda

 

Jo Vosters- van Nuenen

30-4-1881

3-8-1967

Eindhoven

 

Johan Vosters

21-4-1880

13-2-1946

Eindhoven

Koopman (o.a klompen

Johanna E. Vosters- de Vocht

5-12-1832

8-2-1859

Reusel

 

Johannes S G (Xaverius) Vosters

2-5-1857

4-11-1894

Yun-Si Shien

missionaris China

Lies Vosters

18-5-1881

9-6-1973

Eindhoven

 

Louis Pessers

19-9-1985

8-8-1953

Eindhoven

directeur bakkerij

Louis Vosters

4-11-1883

8-2-1958

Eindhoven

detailhandelaar

Margriet Vosters

9-5-1947

18-9-2004

Eindhoven

verpleegkundige

Marianne van Baal- Pessers

6-11-1940

29-8-1999

Urmond

onderwijzeres

Marij de Beer

26-9-1958

18-10-2005

Tilburg

kinderverzorgster

Mia Vosters- van de Grinten

11-2-1884

24-11-1929

Eindhoven

 

Pista (Istvan Gèza) Kenderessy

8-4-1923

18-9-2001

Mans

ingenieur chemique

Simon Vorsters

21-2-1743

24-2-1800

Reusel

landbouwer

Simon Vosters

10-12-1783

8-8-1854

Reusel

burgemeester

Tiny Vosters- Minke

15-1-1914

28-10-1998

Waalre

verpleegkundige

Toos Verpalen- Vosters

2-1-1890

19-2-1964

Breda

 

Willemien van Kol- Vosters

25-1-1885

31-12-1975

Valkenswaard

 

Marij de Beer

26-9-1948

18-10-2005

Tilburg

spelleidster

Ted Vosters-vd Heijden

23-1-1923

17-3-2006

Eindhoven

 

Loes Ladan-Vosters

12-5-1934

23-3-2006

Eindhoven

 

Eugenie Vosters-Jeurissen

 

aug 2007

 

 

Lea Schmutz

 

jul 2009

 

 

Herman Ladan

 

8-11-2010

Eindhoven

 

Huub Pessers-Vosters

 

20-11-2011

Eindhoven

 

Mitzi Vosters

 20-9-1918

13-11-2011

Eindhoven

 

 

Documentatie

Literatuur;

  • Een terugblik op het leven van oma; mevrouw HLM Pessers-Vosters, Yvonne Pessers-de Rijk, 2001
  • Het Geslacht Vosters, Woenselse tak 1641-1941, Jan Vosters 3-7-1991
  • Interview Mitzi Vosters 20-5-2001
  • De Bode vd Heilige Franciscus 1895- 1887
  • Meierysche Courant 1892- 1918
  • Eindhovensch Dagblad 1916-1918
  • Brabant zoals het was, Gaston Remery 2002
  • Tussen Lensheuvel en Weijereind (gijzeling burgemeester Vosters 1831) in de Schééper, JW Hagen juni 1995
  • Nieuws en advertentieblad 13-8-1864
  • Stamboomonderzoek Marcel Vosters, Ad van Gool, Heemkundevereniging Reusel
  • Eindhoven een samenleving in verandering, dr JMP van Oorschot 1982
  • Eindhoven vroeger en nu, Karel Vermeeren 1984
  • Eindhoven in oude ansichten, AJJH Tops 1980
  • Zo mooi was Eindhoven, JC Jegerings 1986
  • Honderd jaren Oost-Brabants bedrijfsleven 1852-1952, SHAM Zoetmulder
  • Het Geslacht Vosters, de voorgeschiedenis van de Rielse Reuzen, SA Vosters e.a. 1988
  • De visrechten op de Dommel bij Eindhoven “Eindhoven door de eeuw” JThM Melsen, 1982
  • Heemkunde Studiekring “Kempenland”, J Spoorenberg en HAM de Wit
  • Leder, korte beschrijving van de bereidingswijze van leder en van de meest bekende ledersoorten, HHA Peckelmans, TNO

Websites

Musea

  • 19e eeuwse kuiplooierij museum Kerkstraat, Dongen, tel 0162 387194
  • Nederlands Leder en SchoenenMuseum, Elzenweg 25, Waalwijk tel 0416 332738